Betje Vos, moeder van het Oisterwijkse verzet.
Onder deze titel bracht de Vereniging van Oisterwijkse Spelers deze zomer een muziektheaterstuk over de oorlogsjaren in Oisterwijk. Een verhaal over verzetsdaden van dorpsgenoten die hun steun en toeverlaat vonden in een dappere vrouw: ‘Betje Vos’. Zij was uitbaatster van café De Oude Vos aan de Spoorlaan, de straat die destijds bekend was als de ‘Parallelweg’ of zoals de Oisterwijkers zeggen: ‘Prèlweg’.
De wijk Pannenschuur kent een aantal straten met de naam van de verzetshelden van weleer: Jan Brunnekreef, Bim van der Klei, gebroeders Schut. De geschiedenis van deze personen vormt de verhaallijn van het theaterstuk, met steeds als centrale figuur: Betje Vos.
Deze dappere vrouw stond haar mannetje in de moeilijke jaren. In 1983 ontving zij voor haar bijzondere rol het verzetsherdenkingskruis.

De belangrijke periode in onze plaatselijke geschiedenis is door Anita Uitde Haag op een bijzondere manier beschreven. De acteurs zijn druk in de weer om straks in het natuurtheater het publiek mee te slepen in de sfeer van zestig jaar geleden. Om zich in te kunnen leven zijn zij samen de geschiedenisboeken ingedoken en hebben ze gesprekken gevoerd met mensen die de oorlog en de gevolgen aan den lijve hebben meegemaakt. Een bijzondere voorbereiding die bij zal dragen aan de beleving van het spel.

 

.

Bet Vos: "Ik ben nooit bang geweest".
"Het is na de oorlog niet geworden wat ik ervan verwacht had. In de oorlog hielpen de mensen elkaar allemaal en dat is nu jammer genoeg niet meer het geval." Aan het woord is Bet Vos-Van Nunen, "de moeder van het Oisterwijkse verzet", naar wie een muziektheaterstuk is geschreven dat deze week in het openluchttheater van Oisterwijk in première gaat. Ter gelegenheid van haar 85ste verjaardag in februari 1983 publiceerde het toenmalige Kerkklokje in de serie ‘Zoeklicht op een Oisterwijkse’ een interview met haar. In dat jaar ontving zij ook het Verzetsherdenkingskruis voor alles wat zij voor het verzet in de oorlogsjaren had betekend. In haar huis aan de Joh. Lenartzstraat ontving zij die onderscheiding uit handen van oud-verzetsstrijder Wim Enter. Nieuwsklok publiceert het verhaal van en over Bet Vos- Van Nunen nogmaals, opdat men de achtergronden van het muziektheaterstuk ‘Betje Vos’ nog beter zal begrijpen. Tijdens de uitreiking van de onderscheiding in september 1983 zei Wim Enter o.a. het volgende: "De sabotagegroep van de Raad van Verzet Midden-Brabant is na vele jaren weer in Oisterwijk bijeen om eer te bewijzen aan Bet Vos-Van Nunen, die met haar echtgenoot Bart Vos in de bezettingstijd onderdak verschafte aan velen van ons. In gedachten gaan wij terug naar de tijd die wij niet vergeten mogen en ook niet zouden kunnen vergeten. Helaas kunnen niet allen hier vandaag aanwezig zijn. Ik stel U voor in stilte te denken aan J. Linthorst, J. Brunnekreef, Cor Wortel, Otto Smits, Ab Vriens, Jack Kapteijn, alsmede anderen die ik niet persoonlijk heb gekend, maar die wel tot de groep hebben behoord. Moeder Bet Vos heeft het Verzetsherdenkingskruis ten volle verdiend omdat door haar, en haar echtgenoot Bart Vos, zeer grote risico's zijn gelopen voor leven, have en goed, door onderdak te verschaffen aan verzetsstrijders." Geboren in Oisterwijk Bet van Nunen werd op 14 februari 1898 in Oisterwijk geboren. Haar wieg stond in de Joh. Lenartzstraat, op een steenworp afstand van het huis waar zij nu woont. Haar ouders waren afkomstig uit Oirschot. Bet van Nunen is de oudste uit een gezin van vijf kinderen die allemaal nog in leven zijn. De jongste uit het gezin wordt in augustus 80 jaar. Over een sterk geslacht gesproken! Tot haar vierde jaar woonde Bet van Nunen in Oisterwijk. Daarna verhuisde het gezin naar Moergestel, waar haar vader een boerderij had gekocht. Haar jeugdjaren heeft zij in Moergestel doorgebracht. Als oudste van het gezin moest zij hard werken in de huishouding en op de boerderij. Op 20-jarige leeftijd trouwde zij met Bart Vos die in Tilburg bij de politie werkte. Het echtpaar ging ook in Tilburg wonen. Hun twee kinderen, Riet en Annie, werden er geboren, resp. in 1920 en 1921. Riet en Annie trouwden later beiden met Oisterwijkse jongens: Wim van de Wiel en Jan Palm. Inmiddels bestaat de familie uit 9 kleinkinderen en 19 achterkleinkinderen. Toen z'n oudste dochter nog maar enkele maanden oud was, kreeg Bart Vos, wegens een verkeerd functionerend geweer, een ongeluk. Hij verloor daarbij zijn rechteroog. Dat had o.a. tot gevolg dat hij werd afgekeurd voor het politiewerk. Bart Vos moest dus ander werk zoeken. Jachtopziener leek hem een aantrekkelijk beroep. Bet vond het echter maar niks, want zij paste ervoor haar dagen ver van de bewoonde wereld te slijten. Bart gaf zich niet zomaar gewonnen en Bet vertelt dat o.a. de broodplank ervoor nodig was om haar man van gedachten te veranderen. Aan de Spoorlaan In 1924 verhuisde de familie Vos naar Oisterwijk. Aan de Spoorlaan gingen Bart en Bet Vos café De Voermanskar exploiteren. Bovendien werd er een kolenhandelopgezet. De Voermanskar was nog een café met zand op de vloer. Het gedroogde witte zand werd in fraaie krulletjes rondom de stoelen en tafeltjes gestrooid. Het zand voor dit ‘tapijt’ haalde Bart Vos met paard en kar uit de bossen. Omdat het voor Bart en Bet niet mogelijk was voor De Voermanskar een volledige vergunning te krijgen, lieten zij in 1930 het café bouwen dat nu de naam De Oude Vos draagt. Tot 1951 hebben Bart en Bet Vos dit café geëxploiteerd. In dat jaar namen dochter Riet en haar man de zaak over. In 1960 is de familie Emans uit Rotterdam erin getrokken. In het midden van de jaren zestig heeft bierbrouwerij Oranjeboom het café gekocht. Historie In de oorlogsjaren heeft café De Oude Vos historie gemaakt. Hans Kapteijn en Wim Enter, twee studenten die eigenlijk i.v.m. de Arbeitseinsatz in Duitsland moesten gaan werken, kregen onderdak in het café aan de Spoorlaan. Hans en Wim waren actief in het verzet en zij maakten van café De Oude Vos het hoofdkwartier van de sabotagegroep Midden-Brabant. Tot de verzetsgroep die thuis was bij het café behoorden o.a.: Bim van der Klei (zoon van oud-notaris Van der Klei), Jack Kapteijn, Wim Tensen, Cor Wortel (in ‘44 in de Oisterwijkse bossen is gefusilleerd), Harrie en Ben van Keulen, Martien en Frans de Weijer, J. Linthorst en J. Brunnekreef. Ook Gerrit van der Linden, die o.a. voor valse paspoorten zorgde, had connecties met deze verzetsgroep.' Vanuit café De Oude Vos werden diverse verzetsacties en sabotagedaden beraamd. Zo ontstond het plan, dat ook is uitgevoerd, om ‘De Gal’ in Udenhout, waar de Duitsers een opslagplaats hadden, in brand te steken. Op 10 september '44 heeft de sabotagegroep een trein met NSB-sympathisanten en munitie in het ‘Hartens Broek’ laten ontsporen. De grote telefoonkabel langs de Bosscheweg, van belang voor de militaire communicatie der Duitsers werd door ‘de jongens van Bet Vos’ doorgesneden. Gevaren De groep zorgde ook voor de opvang van geallieerde parachutisten. Zij werden in ondergrondse schuilplaatsen op de Kampina ondergebracht. Bakker Cees van Beckhoven bakte het brood voor deze mensen en vanuit het café werden de berichten van de illegale radiozender overgebracht. De steun aan de geallieerden heeft Martien de Weijer bijna met de dood moeten bekopen. In de buurt van Venkraai hadden de Duitsers een geheime opslagplaats. Martien heeft geprobeerd parachutisten die daar gevangen zaten te bevrijden. Zijn poging werd echter ontdekt en de Duitsers namen hem gevangen. De Weijer liep groot gevaar, want hij had negatieven bij zich met opnamen van Duitse militaire objecten in Oisterwijk en omgeving. Toen hij zich even op een toilet mocht terugtrekken, heeft hij zich van dit belastende materiaal ontdaan door de negatieven op te eten. Niettemin werd hij op transport gesteld naar de gevangenis en de doodstraf werd over hem uitgesproken. Voor een groot geldbedrag is het echter gelukt de nachtwaker in de gevangenis om te kopen. De Weijer herkreeg de vrijheid. Schandaal Als ze een heleboel oorlogsverhalen heeft verteld, verzucht Bet Vos dat het toch eigenlijk een schandaal is dat Oisterwijk nog op geen enkele officiële manier hulde heeft gebracht aan onze plaatselijke verzetsstrijders. Veel gemeenten in Nederland hebben herdenkingsmonumenten opgericht voor verzetsstrijders en gevallenen; zo niet Oisterwijk. Er is in onze gemeente zelfs geen straatnaam naar een verzetsstrijder genoemd. Toch zijn er genoeg jongens die voor zo'n eerbewijs in aanmerking komen. Zij noemt o.a. Mark van de Snepscheut, Bim van der Klei, Gerrit van der Linden, Hans Gerritsen en de gebroeders Kees en Henk Schut. Laatstgenoemden zijn in '44 op zeer laaghartige wijze door de Duitsers vermoord. Ook vindt Bet Vos dat wijlen Jan Palm, die 16 jaar wethouder is geweest, en die in de oorlog een dappere rol heeft vervuld, wel eens herdacht mag worden. Munitietrein ontploft Bet Vos, die nog over een fabelachtig geheugen beschikt, herinnert zich nog maar al te goed de 16e september '44, toen op het Oisterwijkse stationsemplacement een Duitse munitietrein explodeerde. Het begon 's morgens om half elf. Boven het Oisterwijkse luchtruim verscheen een Engels vliegtuig dat door Duits afweergeschut, dat op het Nevelo-terrein stond opgesteld, werd verjaagd. Ruim een uur later doorkliefden vijf Engelse vliegtuigen het luchtruim boven de Oisterwijkse kom. Een Duitse trein met 32 wagons vol munitie werd gebombardeerd en beschoten. De trein explodeerde en richtte een enorme ravage aan in de Spoorlaan. Vanaf Van de Meijdenberg tot aan café De Oude Vos stonden alle gebouwen in brand. Wonder boven wonder vielen er geen doden en was er slechts één gewonde te betreuren. Brandweerlieden wilden Bet Vos, wegens het risico dat zij liep, uit haar café halen. De verzetsmoeder wilde evenwel van geen wijken weten: "Ik blijf in mijn tent en hier haalt mij geen man uit." Wel bleef zij ijverig bier tappen voor de spuitgasten in de hoop dat zij daardoor nog beter zouden blussen. Ook café De Oude Vos werd door de explosie gehavend. Zo kwamen de deuren van slaapkamers in de Tuinstraat terecht en het dak van het café werd opgelicht en een eindje verschoven. Veel panden aan de Spoorlaan waren door de explosie voorgoed verloren, maar van het café kon de schade worden hersteld. ‘Akte van berouw’ De meest dramatische momenten beleefden Bart en Bet Vos daags na Dolle Dinsdag, in september '44. Duitse veldgendarmerie en Grüne Polizei, die met twee bussen naar de Spoorlaan waren gekomen, voerden een razzia uit. De razzia vond plaats in de avonduren. Bart Vos, die met zijn ene oog meer zag dan veel anderen met beide ogen, had 's middags al onraad bespeurd. Hij had de jongens van de sabotagegroep daarom op het hart gebonden voortaan even uit de buurt te blijven. Zij hadden zijn raad opgevolgd en daarom konden de Duitsers, die met dynamiet en vuurwapens café Vos binnenstormden, geen terroristen ontdekken. Wel werd het café en het hele woonhuis doorzocht. Op de slaapkamers werden matrassen met bajonetten doorboord. "Eén terrorist", zo werd aan Bet Vos onder bedreiging met een pistool te verstaan gegeven, "en de hele zaak gaat de lucht in". Koelbloedig vroeg de kasteleinsvrouw: "Zal ik maar een akte van berouw bidden?" De familie Vos had het geluk dat de razzia in de avonduren plaatsgreep. Als de overval bij daglicht had plaatsgevonden, zou de munitie die onder de kolen was verborgen, waarschijnlijk wel ontdekt zijn. Ook de krantjes van Radio Oranje zouden dan niet onopgemerkt zijn gebleven. Behalve als verzetsmoeder, is Bet Vos in Oisterwijk natuurlijk ook bekend als kasteleinsvrouw. Over haar taakopvatting als waardin, zou nog een uitgebreid Zoeklicht te vullen zijn. We volstaan hier met een uitspraak die wijlen Janus Puts van het toenmalige café Adriaan Poirters eens over haar gedaan heeft: “Er is maar één goede kasteleinsvrouw in Oisterwijk en ze woont in de Spoorlaan."