Bet Vos: "Ik ben nooit bang geweest".
"Het is na de oorlog niet geworden wat ik ervan verwacht had. In de oorlog
hielpen de mensen elkaar allemaal en dat is nu jammer genoeg niet meer het
geval."
Aan het woord is Bet Vos-Van Nunen, "de moeder van het Oisterwijkse verzet",
naar wie een muziektheaterstuk is geschreven dat deze week in het openluchttheater
van Oisterwijk in première gaat. Ter gelegenheid van haar 85ste verjaardag
in februari 1983 publiceerde het toenmalige Kerkklokje in de serie ‘Zoeklicht
op een Oisterwijkse’ een interview met haar. In dat jaar ontving zij
ook het Verzetsherdenkingskruis voor alles wat zij voor het verzet in de oorlogsjaren
had betekend. In haar huis aan de Joh. Lenartzstraat ontving zij die onderscheiding
uit handen van oud-verzetsstrijder Wim Enter. Nieuwsklok publiceert het verhaal
van en over Bet Vos- Van Nunen nogmaals, opdat men de achtergronden van het
muziektheaterstuk ‘Betje Vos’ nog beter zal begrijpen.
Tijdens de uitreiking van de onderscheiding in september 1983 zei Wim Enter o.a. het volgende: "De sabotagegroep van de Raad van Verzet Midden-Brabant is na vele jaren weer in Oisterwijk bijeen om eer te bewijzen aan Bet Vos-Van Nunen, die met haar echtgenoot Bart Vos in de bezettingstijd onderdak verschafte aan velen van ons. In gedachten gaan wij terug naar de tijd die wij niet vergeten mogen en ook niet zouden kunnen vergeten. Helaas kunnen niet allen hier vandaag aanwezig zijn. Ik stel U voor in stilte te denken aan J. Linthorst, J. Brunnekreef, Cor Wortel, Otto Smits, Ab Vriens, Jack Kapteijn, alsmede anderen die ik niet persoonlijk heb gekend, maar die wel tot de groep hebben behoord. Moeder Bet Vos heeft het Verzetsherdenkingskruis ten volle verdiend omdat door haar, en haar echtgenoot Bart Vos, zeer grote risico's zijn gelopen voor leven, have en goed, door onderdak te verschaffen aan verzetsstrijders."
Geboren in Oisterwijk
Bet van Nunen werd op 14 februari 1898 in Oisterwijk geboren. Haar wieg stond
in de Joh. Lenartzstraat, op een steenworp afstand van het huis waar zij
nu woont. Haar ouders waren afkomstig uit Oirschot. Bet van Nunen is de oudste
uit een gezin van vijf kinderen die allemaal nog in leven zijn. De jongste
uit het gezin wordt in augustus 80 jaar. Over een sterk geslacht gesproken!
Tot haar vierde jaar woonde Bet van Nunen in Oisterwijk. Daarna verhuisde
het gezin naar Moergestel, waar haar vader een boerderij had gekocht. Haar
jeugdjaren heeft zij in Moergestel doorgebracht. Als oudste van het gezin
moest zij hard werken in de huishouding en op de boerderij. Op 20-jarige
leeftijd trouwde zij met Bart Vos die in Tilburg bij de politie werkte. Het
echtpaar ging ook in Tilburg wonen. Hun twee kinderen, Riet en Annie, werden
er geboren, resp. in 1920 en 1921. Riet en Annie trouwden later beiden met
Oisterwijkse jongens: Wim van de Wiel en Jan Palm. Inmiddels bestaat de familie
uit 9 kleinkinderen en 19 achterkleinkinderen.
Toen z'n oudste dochter nog maar enkele maanden oud was, kreeg Bart Vos, wegens
een verkeerd functionerend geweer, een ongeluk. Hij verloor daarbij zijn rechteroog.
Dat had o.a. tot gevolg dat hij werd afgekeurd voor het politiewerk. Bart Vos
moest dus ander werk zoeken. Jachtopziener leek hem een aantrekkelijk beroep.
Bet vond het echter maar niks, want zij paste ervoor haar dagen ver van de
bewoonde wereld te slijten. Bart gaf zich niet zomaar gewonnen en Bet vertelt
dat o.a. de broodplank ervoor nodig was om haar man van gedachten te veranderen.
Aan de Spoorlaan
In 1924 verhuisde de familie Vos naar Oisterwijk. Aan de Spoorlaan gingen Bart
en Bet Vos café De Voermanskar exploiteren. Bovendien werd er een
kolenhandelopgezet. De Voermanskar was nog een café met zand op de
vloer. Het gedroogde witte zand werd in fraaie krulletjes rondom de stoelen
en tafeltjes gestrooid. Het zand voor dit ‘tapijt’ haalde Bart
Vos met paard en kar uit de bossen. Omdat het voor Bart en Bet niet mogelijk
was voor De Voermanskar een volledige vergunning te krijgen, lieten zij in
1930 het café bouwen dat nu de naam De Oude Vos draagt. Tot 1951 hebben
Bart en Bet Vos dit café geëxploiteerd. In dat jaar namen dochter
Riet en haar man de zaak over. In 1960 is de familie Emans uit Rotterdam
erin getrokken. In het midden van de jaren zestig heeft bierbrouwerij Oranjeboom
het café gekocht.
Historie
In de oorlogsjaren heeft café De Oude Vos historie gemaakt. Hans Kapteijn
en Wim Enter, twee studenten die eigenlijk i.v.m. de Arbeitseinsatz in Duitsland
moesten gaan werken, kregen onderdak in het café aan de Spoorlaan. Hans
en Wim waren actief in het verzet en zij maakten van café De Oude Vos
het hoofdkwartier van de sabotagegroep Midden-Brabant. Tot de verzetsgroep
die thuis was bij het café behoorden o.a.: Bim van der Klei (zoon van
oud-notaris Van der Klei),
Jack Kapteijn, Wim Tensen, Cor Wortel (in ‘44 in de Oisterwijkse bossen
is gefusilleerd), Harrie en Ben van Keulen, Martien en Frans de Weijer, J.
Linthorst en J. Brunnekreef. Ook Gerrit van der Linden, die o.a. voor valse
paspoorten zorgde, had connecties met deze verzetsgroep.'
Vanuit café De Oude Vos werden diverse verzetsacties en sabotagedaden
beraamd. Zo ontstond het plan, dat ook is uitgevoerd, om ‘De Gal’ in
Udenhout, waar de Duitsers een opslagplaats hadden, in brand te steken. Op
10 september '44 heeft de sabotagegroep een trein met NSB-sympathisanten en
munitie in het ‘Hartens Broek’ laten ontsporen. De grote telefoonkabel
langs de Bosscheweg, van belang voor de militaire communicatie der Duitsers
werd door ‘de jongens van Bet Vos’ doorgesneden.
Gevaren
De groep zorgde ook voor de opvang van geallieerde parachutisten. Zij werden
in ondergrondse schuilplaatsen op de Kampina ondergebracht. Bakker Cees van
Beckhoven bakte het brood voor deze mensen en vanuit het café werden
de berichten van de illegale radiozender overgebracht. De steun aan de geallieerden
heeft Martien de Weijer bijna met de dood moeten bekopen. In de buurt van
Venkraai hadden de Duitsers een geheime opslagplaats. Martien heeft geprobeerd
parachutisten die daar gevangen zaten te bevrijden. Zijn poging werd echter
ontdekt en de Duitsers namen hem gevangen. De Weijer liep groot gevaar, want
hij had negatieven bij zich met opnamen van Duitse militaire objecten in
Oisterwijk en omgeving. Toen hij zich even op een toilet mocht terugtrekken,
heeft hij zich van dit belastende materiaal ontdaan door de negatieven op
te eten. Niettemin werd hij op transport gesteld naar de gevangenis en de
doodstraf werd over hem uitgesproken. Voor een groot geldbedrag is het echter
gelukt de nachtwaker in de gevangenis om te kopen. De Weijer herkreeg de
vrijheid.
Schandaal
Als ze een heleboel oorlogsverhalen heeft verteld, verzucht Bet Vos dat het
toch eigenlijk een schandaal is dat Oisterwijk nog op geen enkele officiële
manier hulde heeft gebracht aan onze plaatselijke verzetsstrijders. Veel
gemeenten in Nederland hebben herdenkingsmonumenten opgericht voor verzetsstrijders
en gevallenen; zo niet Oisterwijk. Er is in onze gemeente zelfs geen straatnaam
naar een verzetsstrijder genoemd. Toch zijn er genoeg jongens die voor zo'n
eerbewijs in aanmerking komen. Zij noemt o.a. Mark van de Snepscheut, Bim
van der Klei, Gerrit van der Linden, Hans Gerritsen en de gebroeders Kees
en Henk Schut. Laatstgenoemden zijn in '44 op zeer laaghartige wijze door
de Duitsers vermoord. Ook vindt Bet Vos dat wijlen Jan Palm, die 16 jaar
wethouder is geweest, en die in de oorlog een dappere rol heeft vervuld,
wel eens herdacht mag worden.
Munitietrein ontploft
Bet Vos, die nog over een fabelachtig geheugen beschikt, herinnert zich nog
maar al te goed de 16e september '44, toen op het Oisterwijkse stationsemplacement
een Duitse munitietrein explodeerde. Het begon 's morgens om half elf. Boven
het Oisterwijkse luchtruim verscheen een Engels vliegtuig dat door Duits
afweergeschut, dat op het Nevelo-terrein stond opgesteld, werd verjaagd.
Ruim een uur later doorkliefden vijf Engelse vliegtuigen het luchtruim boven
de Oisterwijkse kom. Een Duitse trein met 32 wagons vol munitie werd gebombardeerd
en beschoten. De trein explodeerde en richtte een enorme ravage aan in de
Spoorlaan. Vanaf Van de Meijdenberg tot aan café De Oude Vos stonden
alle gebouwen in brand. Wonder boven wonder vielen er geen doden en was er
slechts één gewonde te betreuren. Brandweerlieden wilden Bet
Vos, wegens het risico dat zij liep, uit haar café halen. De verzetsmoeder
wilde evenwel van geen wijken weten: "Ik blijf in mijn tent en hier
haalt mij geen man uit." Wel bleef zij ijverig bier tappen voor de spuitgasten
in de hoop dat zij daardoor nog beter zouden blussen. Ook café De
Oude Vos werd door de explosie gehavend. Zo kwamen de deuren van slaapkamers
in de Tuinstraat terecht en het dak van het café werd opgelicht en
een eindje verschoven. Veel panden aan de Spoorlaan waren door de explosie
voorgoed verloren, maar van het café kon de schade worden hersteld.
‘Akte van berouw’
De meest dramatische momenten beleefden Bart en Bet Vos daags na Dolle Dinsdag,
in september '44. Duitse veldgendarmerie en Grüne Polizei, die met twee
bussen naar de Spoorlaan waren gekomen, voerden een razzia uit. De razzia
vond plaats in de avonduren. Bart Vos, die met zijn ene oog meer zag dan
veel anderen met beide ogen, had 's middags al onraad bespeurd. Hij had de
jongens van de sabotagegroep daarom op het hart gebonden voortaan even uit
de buurt te blijven. Zij hadden zijn raad opgevolgd en daarom konden de Duitsers,
die met dynamiet en vuurwapens café Vos binnenstormden, geen terroristen
ontdekken. Wel werd het café en het hele woonhuis doorzocht. Op de
slaapkamers werden matrassen met bajonetten doorboord. "Eén terrorist",
zo werd aan Bet Vos onder bedreiging met een pistool te verstaan gegeven, "en
de hele zaak gaat de lucht in". Koelbloedig vroeg de kasteleinsvrouw: "Zal
ik maar een akte van berouw bidden?" De familie Vos had het geluk dat
de razzia in de avonduren plaatsgreep. Als de overval bij daglicht had plaatsgevonden,
zou de munitie die onder de kolen was verborgen, waarschijnlijk wel ontdekt
zijn. Ook de krantjes van Radio Oranje zouden dan niet onopgemerkt zijn gebleven.
Behalve als verzetsmoeder, is Bet Vos in Oisterwijk natuurlijk ook bekend als
kasteleinsvrouw. Over haar taakopvatting als waardin, zou nog een uitgebreid
Zoeklicht te vullen zijn. We volstaan hier met een uitspraak die wijlen Janus
Puts van het toenmalige café Adriaan Poirters eens over haar gedaan
heeft: “Er is maar één goede kasteleinsvrouw in Oisterwijk
en ze woont in de Spoorlaan."